Daar loopt hij, in de bossen van Roemenië. Een hele vrije jongen. Niemand weet hoe hij daar gekomen is. Verdwaald of achtergelaten? Zelf weggelopen van narigheid of slechte zorg? Wie zal het zeggen? Maar hij redt zich. Kan gaan en staan waar hij wil en maakt volop gebruik van zijn jachtinstinct. Er is alleen één vervelend dingetje. Hij is helemaal alleen. En dat is eigenlijk best een beetje eenzaam. Hij zou het zoveel leuker vinden met een allerbeste vriend.

En dan is er ineens die dag. De dag dat hij gevonden wordt en naar Nederland wordt gebracht. Daar vindt hij een nieuw thuis en, als kers op de taart, zijn allerbeste vriend. Mark, iemand die hem onderdompelt in zorg en liefde. Die mooie lange wandelingen met hem maakt in het bos, over het strand en door de duinen. Iemand die ruimte geeft en respect heeft voor zijn vrije geest.

Hij heet nu Woody en hij is gelukkig. Hij loopt altijd los, kan nog steeds gaan waar hij maar wil. Maar hij kiest ervoor om dicht bij Mark te blijven. Oké soms roept dat oerinstinct, dan moet hij op jacht. Is hij even op avontuur. Zelfs zeemeeuwen en koeien moeten maken dat ze wegkomen. Maar hij wil niet meer terug naar hoe het was, wil niet meer alleen zijn. En dus duren zijn avonturen nooit echt lang. Hij komt altijd terug.

En daar zijn ze beide heel gelukkig mee. Want Woody heeft meer te doen dan alleen een beetje donder”jagen” in de bossen en duinen van Bloemendaal. Mark heeft een druk en hectisch bestaan.  Met zijn kalme en zorgeloze uitstraling, zorgt Woody voor de broodnodige rust en ontspanning. Met zijn guitige blik weet hij altijd weer een glimlach op je gezicht te toveren, ook op de dagen waarop vrolijkheid soms ver te zoeken is.

En dan misschien wel het allerbelangrijkste, met Woody samen voel je vrijheid en ………ben je nooit meer alleen.